Onderzoek brengt de kwaliteit van borstkankerbehandelingen in Belgische ziekenhuizen beter in kaart

Pink Ribbon België, de nationale organisatie die zich inzet voor de vermindering van de impact van borstkanker, ondersteunde een onderzoek naar kwaliteitsindicatoren van borstkankerbehandelingen in Belgische ziekenhuizen. Het onderzoek was een samenwerking tussen de Stichting Kankerregister (BCR) en de Belgische vereniging van oncologen, of Belgian Society of Medical Oncology (BSMO). De gegevens van 48.872 vrouwen uit heel België die in de jaren 2010-2014 een diagnose van borstkanker kregen, werden verzameld en geanalyseerd. De onderzoekers publiceerde de belangrijkste resultaten. Voor heel wat kwaliteitsindicatoren waren de bevindingen zeer goed. Toch zijn er ook indicatoren waar de scores minder gunstig zijn.

Wat werd er in de studie bekeken?
Allereerst werd er in samenspraak met de borstkankerexperten een aantal kwaliteitsindicatoren geselecteerd, die door internationale organisaties als belangrijk worden gezien èn die konden berekend worden met de beschikbare gegevens bij het Kankerregister. Er werd bijvoorbeeld gekeken naar hoeveel vrouwen met uitgezaaide borstkanker binnen de drie maanden startten met chemotherapie, hoeveel vrouwen in een vroeg stadium een bepaald soort scan kregen (wat juist niet aangewezen is), en hoe lang vrouwen met hormoongevoelige borstkanker hormonale therapie kregen.

Vervolgens werden de relevante gegevens verzameld en geanalyseerd van 48.872 vrouwen uit heel België die in de jaren 2010-2014 een diagnose van borstkanker hadden gekregen.

Wat waren de bevindingen?
De vrouwen in de studie waren gemiddeld 62 jaar oud, 20% was jonger dan 50. Bijna 90% werd geopereerd, 75% bestraald, 80% kreeg hormonale therapie en 40% chemotherapie.

Voor sommige kwaliteitsindicatoren waren de bevindingen heel goed. Er waren bijvoorbeeld minder dan 1% vrouwen met borstkanker in een vroeg stadium die een PETscan kregen (wat ook niet aangewezen is). Een andere indicator betreft het gebruik van chemotherapie kort voor het overlijden, wat er op kan wijzen dat men niet tijdig (h)erkend heeft dat de ziekte terminaal was – dit gebeurde gelukkig maar bij 5% van de vrouwen.

Ook werd vastgesteld dat de gemiddelde duur van hormoontherapie bij vrouwen met hormoongevoelige borstkanker 4,5 jaar was. Dat is heel dichtbij de 5 jaar, wat indertijd volgens de richtlijnen was (nu adviseert men vaak tot 10 jaar hormoontherapie).
Toch waren er ook indicatoren waarbij de scores iets minder gunstig waren. Er werd bijvoorbeeld bij een kwart van de vrouwen met een vroeg stadium HER2 positieve kanker trastuzumab gebruikt, wat eigenlijk in die situatie niet aangewezen is. En bij patiënten met uitgezaaide kanker werd bij 17% chemotherapie gestart binnen de drie maanden.

Een opvallende bevinding was dat er heel wat variatie bestond tussen de ziekenhuizen, en daarbij maakte het niet uit of het om een erkende borstkliniek ging of niet, of om een ziekenhuis met veel of weinig patiënten. Een beperking van het onderzoek is dat men geen toegang had tot specifieke informatie, bijvoorbeeld over de redenen om een bepaalde therapie wel of niet te gebruiken.

De onderzoekers bevelen aan dat er onderzocht zou worden of kwaliteitsindicatoren op een meer systematische manier gebruikt zouden kunnen worden door artsen en ziekenhuizen en daarnaast dat de registratie van alle gegevens over de behandeling van kankerpatiënten zo zorgvuldig en compleet mogelijk gebeurt, zodat deze nog beter geanalyseerd kunnen worden.

Wat betekent dit voor borstkankerpatiënten?

Het feit dat er variatie is tussen ziekenhuizen is niet noodzakelijk een probleem. Het is bijvoorbeeld mogelijk dat in de ene regio meer vrouwen beslissen om een behandelvoorstel te volgen dan in de andere. Of dat er meer vrouwen zijn met andere aandoeningen, waardoor het minder opportuun is chemotherapie in te zetten. Dergelijke zaken konden in deze studie niet worden onderzocht.

Desalniettemin blijft het belangrijk om als patiënt zo goed mogelijk geïnformeerd te zijn. Dat kan door met een behandelend specialist te spreken, maar ook een oncoverpleegkundige, huisarts, of websites zoals die van Pink Ribbon, de Stichting Tegen Kanker en Kom Op Tegen Kanker bieden veel nuttige informatie.

Pink Ribbon steunt ook volgende projecten

De Stichting Kankerregister zal onderzoek blijven doen naar de kwaliteit van zorg bij borstkankerpatiënten, ook met partners zoals het KCE, het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg. Het volgende project dat door Pink Ribbon wordt mogelijk gemaakt is een onderzoek naar de impact van COVID op borstkanker in België. In welke mate werden diagnoses later gesteld, of behandelingen uitgesteld, en wat was de impact daarvan?

Contacteer ons
Kato Mannaerts Account Manager, Pink Ribbon
Kato Mannaerts Account Manager, Pink Ribbon
Over Pink Ribbon Belgium

Over Pink Ribbon 

Pink Ribbon vraagt aandacht voor borstkanker, sensibiliseert voor preventie en opsporing en zamelt fondsen in voor psychosociale projecten die (ex)-patiënten steunen. Het gaat om initiatieven die de houding en het gedrag van de bevolking ten opzichte van borstkanker verbeteren, het gevoel van angst en isolatie verminderen en taboes bespreekbaar maken. Daarenboven financiert het Pink Ribbon Fonds projecten die zich richten zich op de verbetering van de medische behandeling en de levenskwaliteit van personen met borstkanker en van hun omgeving. Het Pink Ribbon Fonds wordt beheerd door de Koning Boudewijnstichting. Meer informatie kan je vinden op www.pink-ribbon.be.

Partners 

Pink Ribbon kan dit jaar, ondanks de moeilijke coronacrisis, opnieuw rekenen op de erg gewaardeerde steun van haar hoofdpartners: Estée Lauder Companies, Carrefour, Nationale Loterij, Febelhair, Belgian Salon Partners en Roularta. 

De strijd tegen borstkanker is een thema dat deze geëngageerde bedrijven nauw aan het hart ligt.